De ‘Rapley-methode’ is een manier van vaste voeding aanbieden met de ontwikkeling van het kind als uitgangspunt. Vaak wordt deze manier van starten met vaste voeding omschreven als ‘stukjes eten’. De kern echter van Rapley bijvoeding is de controle over het eten bij je baby te laten.

Het gaat niet om eten
Je baby goed te eten geven is een wens van iedere ouder (al vult ieder misschien een beetje anders in wat ‘goed’ is). Je wil dat je baby lekker groeit en voldoende voedingsstoffen binnenkrijgt. De nadruk bij bijvoeding ligt daardoor snel op eten naar binnen krijgen, en op hoeveelheden. Het eerste jaar gaat bijvoeding echter maar nauwelijks om eten. Het heet niet voor niets BIJvoeding, het is extra bij borstvoeding of kunstvoeding. Waar het werkelijk om draait is het LEREN eten. Voor het leren eten zijn een aantal zaken belangrijk. Ten eerste is het de rijping en oefening van de eetmotoriek. Ten tweede om de kennismaking met verschillende smaken en texturen. En last but not least: bijvoeding draait om het betrokken zijn bij het sociale gebeuren dat eten heet.

Loslaten van de controle
Het moeilijkst van het omschakelen van ‘traditioneel’ bijvoeden naar Rapley is te vertrouwen in de ontwikkeling van je baby, en het loslaten van de controle. (Het is maar wat je traditioneel noemt trouwens, als je maar ver genoeg teruggaat in de tijd worden alle baby’s à la Rapley bijgevoed). Veel bijvoedingsschema’s zijn feitelijk een melkvoeding-afbouwschema. Als je daarmee gaat vergelijken, kan je al snel denken dat je baby te weinig bijvoeding binnenkrijgt. Maar baby’s weten het best hoeveel ze nodig hebben, niet de algemene schema’s uit boekjes, niet de zorgverlener, zelfs de ouders niet. Gill Rapley noemt haar methode dan ook ‘Baby-led Weaning’ (BLW): de baby heeft de leiding. Als ouder zorg je dat je baby de mogelijkheid krijgt om te eten, je biedt het aan (in plaats van het te geven). Het is aan de baby om met het eten aan de slag te gaan. Zo zal zij niet méér eten dan zij nodig heeft. Het natuurlijke honger- en verzadigingsgevoel blijft zo behouden.

rommel 012
Al zeer geïnteresseerd in eten, maar in de mond stoppen lukt nog niet.

Gezelligheid
Alhoewel je pas na zes maanden bijvoeding aanbiedt, start het proces van leren eten al veel vroeger. Al in de buik proeft een baby wat je eet via het inslikken van vruchtwater. Smaken uit het eten van jou als moeder komen in de melk terecht, dus ook via borstvoeding leert een baby verschillende smaken kennen. Eten is een sociale bezigheid. Ook een jonge baby is zich vagelijk bewust van het geluid van borden en pannen en de geuren van het eten. Baby’s worden graag bij de maaltijd betrokken. Bij jou op schoot of in een geschikt stoeltje vlakbij doet je baby volop mee met de gezelligheid. Een baby van een maand of twee zal gezellig mee’kletsen’ tijdens de avondmaaltijd, en met vier maanden kijken veel baby’s het eten uit je mond. Een lege beker en een lepel zijn geweldig speelmateriaal: net als mama! Baby’s kijken naar alles wat je doet, je bent hun grote voorbeeld. Dat ze kijken naar hoe je eet wil niet automatisch zeggen dat ze klaar zijn voor bijvoeding. Waarschijnlijk duurt het nog even voor je baby zelf eten kan oppakken en naar haar mond brengen. Dat is het moment dat ze echt klaar is voor bijvoeding.

quinoa 031
Eten is een sociale bezigheid.

Rijping en oefening
Als je een baby van een maand of vier eten voorzet, dan zal de baby daar weinig mee kunnen. Waarschijnlijk herkent ze het niet als eten, ze zal het eten nog niet naar de mond kunnen brengen, en al helemaal niet kunnen happen, kauwen en doorslikken. Maar met een maand of zes is een baby zo ver dat ze rechtop kan zitten (zeer belangrijk! Een ingezakte of achteroverleunende houding is gevaarlijk eten vanwege het risico op verstikking), iets van tafel kan pakken en naar de mond brengen, en er wat van afhappen.

Is dit eten? Eigenlijk niet echt. Het is proeven, leren en experimenteren. Een baby die honger heeft zal die liever aan de borst stillen, en weinig interesse tonen in vaste voeding. Wortel, peer en kip is nog niet het spul waarmee zij haar buikje vult, het is interessant speelmateriaal. De baby LEERT eten. Zij ontdekt smaken, oefent de oog-hand coördinatie en de hand- en mondmotoriek. Een soppig prakje hoeft niet gekauwd te worden, een lepel kan voedsel tot achter de kokhalsreflex brengen waardoor een baby slikt. Bij stukjes eten leert een baby het voedsel te kauwen, van voor naar achter in de mond te brengen. De kokhalsreflex die nog volop aanwezig is, is niet alleen een bescherming tegen verslikken, het helpt de baby ook bepalen hoe groot de hap mag zijn om nog veilig doorgeslikt te kunnen worden.

Het aanbieden van stukjes is een middel om de controle over het eten bij je baby te leggen. Een baby die nog niet klaar is om zelf dat stronkje broccoli op te pakken en naar de mond te brengen, is nog niet klaar voor bijvoeding. De meeste baby’s kunnen dit ongeveer rond zes maanden. Wat zo mooi is: de rijping van de darmen gaat gelijk op! De darmen van een baby van ongeveer een half jaar kunnen kleine beetjes vaste voeding verwerken. Alle ontwikkelingen die nodig zijn voor het eten van vaste voeding komen nu bij elkaar.

Poep
Na het starten met vaste voeding à la Rapley kan het nog best even duren voordat je baby merkbaar iets aan vaste voeding binnenkrijgt. En dat is oké, het draait immers om LEREN, niet om eten! Eerst zal het eten in de mond rondbewogen worden, en dan weer naar buiten gewerkt. Je baby krijgt nu sporen vaste voeding binnen, maar geen grote hoeveelheden. Dit is gunstig, zo kan het lijfje rustig wennen aan het nieuwe voedsel. Hoeveel je baby binnenkrijgt weet je sowieso niet bij het aanbieden van stukjes, je meet het immers niet af. Maar dat is niet anders dan bij borstvoeding: je baby weet hoeveel zij nodig heeft, en als je het maar voldoende aanbiedt zal zij genoeg eten. Op een dag zal je resten bloemkool in de poep van je baby zien, en dan weet je: ze eet nu echt!

Volgende week deel 2: bijvoeding, wat zet je je baby dan voor?

Linda Rikkers

bronnen:

Baby-led Weaning – Gill Rapley en Tracey Murkett

Talking about weaning – Gill Rapley – Community Practitioner August 2011 Volume 84 Number 8

 

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here