Scholen moeten zich, als resultaat van het georganiseerde wantrouwen dat inspectie en bestuur uitoefenen, alles kunnen overleggen. Zo kan een school onvoldoende scoren als ze geen harde gegevens kunnen presenteren over sociale competentie. Zo wordt iets dat onmeetbaar is (zoals kleutertoetsen, maar eigenlijk de meeste toetsen, want ze zijn een monentopname, en zeker de gemiddelde prestatie van een school naar aanleiding van toetsen), meetbaar gemaakt. Eén van de instituten die pretendeert een meetinstrument te hebben voor sociale competentie heet ROVICT. Hun gedrocht heet SCOL. Trots vermeldt ROVICT dat hun instrument een valide instrument is. Ik wil je graag meenemen in hun vragenlijst, een vijfpuntsschaal.

– Houdt zich aan de afspraken. (afspraken van wie? Van zichzelf, de leerkracht of van de andere kinderen? Van de ouders?)
– Biedt excuses aan als hij/zij onaardig heeft gedaan tegen een ander (o ja, en dat weet de leerkracht van ieder kind afzonderlijk. Wacht even, er wordt ergens ‘sorry’ gezegd. Door wie? Ik snel naar mijn computer, open daar het SCOL formulier en noteer het in de vijfpuntsschaal. Ach, het was al de tweede sorry deze week. Dat levert hem een extra bolletje naar rechts toe. Er zijn kinderen die nooit sorry zeggen. Dat komt omdat ze nooit reden hebben om sorry te zeggen. Ze zijn meestal erg vriendelijk tegen anderen. Toch levert hen dat een onvoldoende op dit punt op.)
– Neemt gemakkelijk een beslissing. (Moeten we dit timen?Als het om harde data gaat, zou dit wel moeten. Op het digibord staat een stopwatch. Ik tel af. Drie-twee-één-beslis! De norm ligt bij een minuut. En dan? Moet ik dit als goed beschouwen of als slecht? Hitler nam ook gemakkelijk beslissingen.)
– Houdt rekening met de gevoeligheden van de ander.(Aha. Als de kinderen een zin zeggen als:’Ik begrijp dat dit heel moeilijk voor jou is’, krijgen ze een score. Ach, wat jammer. Dat zeggen middenbouwkinderen niet zo vak tegen elkaar. Onvoldoende voor de hele groep!)
– Verzint een oplossing bij ruzie.(Eigenlijk verzinnen alle kinderen een oplossing bij ruzie. Vaak een verkeerde. Toch krijgt iedereen hier een goed!)
– Gaat bij een ruzie in op wat de ander zegt. (Zie boven. Er zijn ook kinderen die nooit ruzie hebben. Die krijgen een onvoldoende natuurlijk. Alle kinderen die zeggen: je bent zelf een mongool, krijgen een goed.)

Deze ellende gaat 26 vragen door. Na het invullen van deze lijst, en dat dertig keer, twee keer per jaar, naast je rapporten, thema’s en oudergesprekken weet je veel meer over je kinderen, en kun je met al deze data (30×26= 780 aspecten) je onderwijsleerproces inrichten. Aantoonbaar, de inspectie moet kunnen terugvinden wat je met al deze data doet. Weet je, inspectie….Dan maar een onvol-doende.

Doe ik dan niets aan sociale competentie? Jawel. Zo heb ik kaartjes in de klas hangen met tips over het werk en samenwerken. Het zijn duidelijke picto’s die ik besproken heb, en die de kinderen mogen uitkiezen om op hun tafel te plakken. Ze kiezen er zelf eentje uit, waarvan ze vinden dat die voor hen van toepassing is. Soms ben ik niet eens met hun keuze. Ik laat het zo, omdat ik vind dat ze zelf tot het inzicht moeten komen. We evalueren het werk, we bespreken conflicten in de kring. We spelen soms een groepspel in de klas, ook als er niets te vieren valt. Kinderen vertellen over zochzelf, iedereen komt aan de beurt voor een dit-ben-ik-kring.  Ik noteer het niet. Ja, de dit ben ik-kringen wel. Het levert mij toch een onvoldoende op. Dan maar onvoldoende.

Bart

1 REACTIE

  1. Wat een heerlijn stuk. Dit benoem ik steeds maar je MOET iets gebruiken. Fijn om eens te lezen dat ik niet de enige ben met deze bezwaren!

Laat een reactie achter op bianca Annuleer reactie

Please enter your comment!
Please enter your name here