Kinderen spelen om even stoom af te blazen. Om bij te komen van de stress die het schoolwerk met zich meebrengt. Als jonge poesjes, die een bolletje wol of elkaar beschouwen als prooi, rollen ze over elkaar heen. Vooral jongetjes doen dat. Soms lijkt dat jongensspel echter een voorbode van wat beveiligingscamera’s ieder weekeinde filmen in de steegjes rond grote uitgaanscentra in onze steden. Dan wordt de één onder getuft, en dan volgens de dader omdat de één (vanuit zijn positie de ander) begon, maar onfortuinlijk mis tufte.

‘Maak maar schoon’, beveel ik dan. De baviaantjes in de middenbouw vinden het ook erg interessant om de strijd aan te gaan met jongens uit de bovenbouw. Meestal reageren deze als the knights of the round table uit Monty Pythons Holy grail, als ze beledigd worden door een Franse schildwacht op de kantelen van een kasteel (what a strange person! Hello! Is there somebody else?) Er zijn echter ook genoeg bovenbouw jongens die ingaan op de kinderlijke provocaties. Resultaat: huilend middenbouw baviaantje, verongelijkt ‘hij begon’-mantra bij sociaal onhandige groep acht jongen, gevolgd door het ‘Maar-jij-bent-ouder-dus-jij-moet-beter-weten’, mantra van de dienstdoende pleinwachter.

Dat mantra’s niet helpen moge duidelijk zijn, want een akkefietje kan zich in identieke vorm de volgende dag herhalen.
Maar dan de meisjes. Daar valt vaak niet eens een mantra op te verzinnen. Hartverscheurend huilend kwam één van de groep 5 meisjes de klas binnen. En als groep 5 meisjes huilen, worden ze theatraal ondersteund door ten minste twee ernstig kijkende vriendinnetjes. Ik dacht minstens dat het arme kind van vijf meter uit het spinneweb- klimrek was gevallen, maar er bleek louter emotionele schade te zijn. En als een oprechte Jenaplan- onderwijzer besloot ik haar leed in de groep te gooien. En toen volgde er dit verhaal. ‘Nou, (sniksnik) Lowieze (sniksnik-naam gefingeerd) wil dus niet meer mijn hartsvriendin zijn, maar nog wel mijn gewone vriendin (sniksnik), maar nu heeft ze een andere club opgericht (sniksnik), en nu pakt ze vriendinnen af die in mijn club zitten (sniksnik) en dan vraagt ze aan Matahari (sniksnik, naam ook gefingeerd), die ze dus van mijn clubje heeft afgepakt, om ons te bespioneren! En dat weet ik dus (sniksnik), omdat haar clubje precies dezelfde duikelkunstjes op de duikelstang doet(sniksnik) als ons clubje!

Een langzaam aanzwellende proest kwam uit de hoek van de jongens. Toen ik mijn gezicht ook niet meer in de plooi kwam houden, klonk er een harde lach. ‘Ja, sorry, meiden. Ik denk, dat de jongens, en daar reken ik mij ook onder, dit niet helemaal begrijpen.’ Mag het eigenlijk nog wel, kinderen uitlachen? Ook als je er niets, maar dan ook helemaal niets aan kunt doen?

Bart

1 REACTIE

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here