Voordat ik moeder was veroordeelde ik niet zo snel, iedereen was leuk en goed hoe diegene was. Toen ik zwanger raakte kreeg ik zelf last van veroordelingen, ik was immers ‘pas’ negentien en volgde nog een opleiding. Toen ik met die opleiding stopte omdat ik voor het fulltime moederschap wilde gaan kreeg ik alleen nog maar meer veroordelingen.

De eerste paar maanden liet ik het allemaal maar op me af komen; ik borstvoedde, want dat was nu eenmaal het beste en daar hadden we de hele kraamweek op geoefend. Hij sliep bij ons, anders moesten we de hele nacht uit bed omdat hij nog vaak wilde drinken ’s nachts. We lieten hem niet huilen, want dan brak ons hart. We deden wat goed voelde, voor ons, voor hem, hij was een tevreden mannetje. Na zes maanden nieuwe adviezen c.q. veroordelingen: we moesten nu maar eens stoppen met dat borstvoedingsgedoe, als we daar mee door gingen hielde we hem klein en afhankelijk. We moesten hem laten huilen, zo zou hij nooit “hard” worden. We moesten hem in zijn eigen kamer laten, dan maar daar huilen, zo zou hij tot zijn achttiende bij ons in bed liggen.  We deden geen van allen.

Zo kabbelde alles door hoe het altijd al was, zoonlief en ik samen thuis en er veranderde niets in wat we deden.  Wel werden we steeds meer veroordeeld; bepaalde mensen wilde geen contact meer met ons, ze lieten het “doodbloeden”, wanneer ik contact zocht gaven ze niet thuis. Via, via hoorde ik dat er gezegd werd dat we “te veel” met zoonlief bezig waren. Ergens denk ik dat op dat moment de omslag kwam; ik ben zelf gaan oordelen over anderen, onbewust. Als ik een baby zie huilen vind ik het zielig en denk ik; moeder, pak je kind op en troost hem. Als ik een baby’tje een fles zie krijgen denk ik daar het mijne van. Ik praat er amper over, want ik wil helemaal niet oordelen. Ik wil me niet bemoeien met hoe andere mensen het doen en ik wil al helemaal niet hardop mijn oordeel over mensen uitspreken die ook het beste voor hebben met hun kindje. Toch glipt er af en toe iets tussen door. Als ik een moeder intens boos zie doen tegen haar kindje dat toch al verdrietig is moet ik toch even degene aanstoten met wie ik op dat moment ben. Wanneer ik dan terug denk aan hoe ik zelf met die veroordelingen heb geworsteld, weet ik dat ik mijn mond moeten houden en zeker moet zorgen dat zoiets niet bij de desbetreffende mama terecht komt. Dat is soms moeilijk. Ik ben een enthousiasteling, ik wil graag iedereen vertellen dat kunstvoeding bij lange na niet in de buurt komt van borstvoeding en uitleggen over de schadelijke gevolgen van alleen laten huilen. Soms doe ik dat. Subtiel, ja, dat wel. Vaak wordt het me in dank afgenomen, althans zo lijkt dat. Diep in mij weet ik dat mensen toch doen wat ze zelf willen, al geef ik honderd pleidooien over borstvoeding.

Ook de veroordelingen blijven, vooral op internet. Klik de eerste de beste babysite aan en de veroordelingen vliegen om je oren. Nog niet gesproken over Facebook pagina’s gericht op Borstvoeding of kunstvoeding. Het is eigenlijk te gek voor woorden. Zouden wij moeders niet de handen in een moeten slaan en elkaar moeten helpen? Elkaar uit de put moeten trekken wanneer we het even niet meer weten? Een luisterend oor aan elkaar moeten bieden zonder te oordelen? Dat zouden we inderdaad moeten, maar de waarheid is dat dat een stuk moeilijker is dan gezegd. Ook voor mij.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here