In mijn zojuist afgesloten periode als leerkracht in groep 1 had ik een potje met gevonden voorwerpen op mijn kast. De inhoud bestond voor 90 procent uit haarelastiekjes. Eens in de maand schudde ik het potje leeg op de ronde tafel in het midden van de kring:
“Kijk eens, hoeveel haarelastiekjes ik weer in het potje heb. Kijken jullie maar goed van wie het is.” Een enkel jongetje met gevoel voor humor claimde een roze exemplaar met glitters. Aan het vrouwenfront bleef het meestal merkwaardig stil.
“Dat is toch gek. Dat betekent dus dat al deze haarelastiekjes verloren zijn door meisjes die niet in deze klas zitten. Iedere keer als er een jarige Jet komt, verliest het arme meisje heur haarelastiekjes.” Twee meisjes, de beweeglijkste en ondernemendste van de klas boden aan om alle klassen van de school langs te gaan om de haarelastiekjes te tonen, maar ik bracht er tegenin dat mijn laatste theorie over het verlies van haaraccessoires onder de noemer ironie viel, maar dan in kleutertaal.

Kees van Kooten bracht een oplossing voor het mysterie. Hij beschrijft in het boekenweekgeschenk van dit jaar hoe hij de haarelastiekjes altijd van de stoep opruimt, en ze uitkookt. Hij wil er ooit een kunstwerk van maken, genaamd ‘verspilling’. Zijn theorie komt erop neer dat meisjes expres hun haarelastiekjes uittrekken en op de grond gooien, omdat ze een nieuw kapsel willen. Net als mamma, of als die hippe mevrouw op de televisie die zojuist een liedjeswedstrijd heeft gewonnen.

In de hogere groepen zet de materiële onverschilligheid zich voort. Ik kreeg op woensdagmiddag een telefoontje van Charity* uit groep acht. Ze meldde op aflandige toon (waarschijnlijk moest ze van moeder bellen) dat ze haar Samsung kwijt was. En of we effe op school konden kijken. “Goh, wat erg voor je, Charity. Je zal wel in zak en as zitten.” Weer die onverschillige toon, en een afgemeten “yep”. Dan ben je als leerkracht een keer empathisch, en dan valt het in dorre aarde.
Een moment later kwam onze conciërge met de smartphone aan. Charity gebeld, en ze stond tien minuten later op de stoep. “Zo jongedame, en nu voorzichtig zijn met je kostbaarheden,” sprak onze conciërge vaderlijk. Charity wist te melden dat hij niet zo kostbaar was, want maar driehonderd euro, en dat ze er volgende maand een kreeg van vijfhonderd euro. Dat was dan weer erg lullig voor onze conciërge, in zijn baantraject.
En ik hoorde weer het zwalkende intro van “Just the two of us” van Grover Washinton junior in mijn hoofd. Opgenomen in 1981, op mijn nieuwe tweedehandse cassettedeck. Het loopwerk liep als een rijwiel die je wel eens ziet op kinderspelletjes op koningsdag, met de assen niet gecentreerd. Maar ik was apetrots. Een echt cassettedeck.

Bart

*naam gefingeerd

DELEN
Vorig artikelMijlpaal
Volgend artikelBoekentip

1 REACTIE

  1. héél herkenbaar! ook ik werk met kinderen, tegenwoordig in een Montessori-setting. Gelukkig heb ik inmiddels een klimaat in de groep waarin we zorgvuldig omgaan met spullen van onszelf en anderen. Ik ben bang dat we aan de kinderen zoals “Charity” later een hoop erfgoed gaan kwijtraken..

Laat een reactie achter op Leonie Annuleer reactie

Please enter your comment!
Please enter your name here