S. is sinds deze zomer 2 jaar, en dus een heuse peuter. Meteen begon iedereen over de “peuterpubertijd”, de “terrible twos” en “ik ben 2 en ik zeg nee!”. Wij wuifden dat zo’n beetje weg: dat zou heus wel meevallen! Wij zijn immers heel gemakkelijke ouders met een allesbehalve autoritaire opvoedstijl, waar zou hij zoveel ‘nee’ tegen kunnen zeggen dan?

Dat was toen. Inmiddels zijn we inderdaad ingewijd in deze nieuwe levensfase, die mij nog het meest doet denken aan het totaal irreële, onvoorspelbare gedrag van zwangere Phoebe in Friends. Soms tot op het punt dat ik mijn adem inhoud als ik per ongeluk iets gedaan heb wat S. altijd ‘zelluf!!’ wil doen (lees: álles)… zou hij het pikken? En dan kan hij of heel gewoon reageren, of… ontploffen van totale en complete frustratie. Er valt geen peil op te trekken.

Wat mij enorm helpt in het omgaan met deze zo befaamde driftbuien (en echt, we hebben de hele erge nog niet eens gehad, als ik verhalen van anderen zo hoor…), is de wetenschap dat dit allemaal Volstrekt Normaal is. Het hoort erbij. Het maakt deel uit van de ontwikkeling. Hetiseenfase.

Een zeer behulpzaam mentaal beeld dat ik mij tijdens zulke buien voor ogen houd, is afkomstig uit een blog die ik eens las die het IMG_20141012_145842brein van peuters vergeleek met dat van Neanderthalers. Als biologisch psycholoog kon ik me daar direct in vinden. De frontale hersenkwab, het meest geavanceerde en ontwikkelde deel van de hersenen dat ons mensen onderscheidt van de rest van het dierenrijk, is resp. was bij beiden namelijk nog niet uitontwikkeld.

In die frontale hersenkwab zitten zulke prachtige cognitieve functies: taal, bijvoorbeeld, maar ook de zogenaamde ‘executieve functies’: het bewust sturen van je aandacht, je kunnen focussen, het tegenhouden van voorgenomen of impulsieve acties (inhibitie), begrijpen wat iemand anders je probeert duidelijk te maken, het nadenken over gevoelens en bedoelingen van zowel jezelf als anderen, vooruitdenken, uitkomsten en consequenties van mogelijke acties tegen elkaar afwegen…

Net zoals de frontaalkwab in zijn huidige volwassen vorm zich tijdens onze evolutie van weekdier tot superieur menswezen als laatste toevoegde aan onze blauwdruk, wordt hij in onze ontwikkeling van bevruchte eicel tot volwassene als laatste afgevinkt. Al die geavanceerde functies zijn bij een peuter dus nog niet of nauwelijks geïnstalleerd. Dat verklaart veel, en dat maakt die onvoorspelbare reacties een stuk beter te verteren.

Behalve dat het mij helpt om mijn peuter te vergelijken met een mini-Neanderthaler, helpt het van de andere kant juist ook enorm om mezelf eraan te blijven herinneren dat hij reeds een volwaardig mens is, met zijn eigen ideeën en gevoelens. En dat wat hij voelt niets minder waar(d) is dan wat wij voelen. Dit was voor mij een hele omschakeling. Het is één van die ideeën die zich langzaam nestelen in je hoofd, die je steeds vaker gaan opvallen, en uiteindelijk een onlosmakelijk onderdeel worden van wie je bent, en hoe je met anderen omgaat. Wat blijkt: hoe meer rekening je houdt met je kind, hoe meer het rekening houdt met jou!

Wat ik echt confronterend vind, is om steeds weer te ervaren hoezeer het in ons gebakken zit om kinderen vooral niet serieus te nemen. We pakken dingen zomaar uit hun handen, onder het motto “Dat is geen speelgoed!”. We beslissen welke kleren ze aan mogen, ook al hebben ze daar zelf heel duidelijke ideeën over (die, toegegeven, meestal niet aan het heersende modebeeld voldoen). Huilende kindjes troosten we met “Huil maar niet, het valt wel mee”. Zegt wie? “Zo erg kan het toch niet zijn?” Say what?! Of het summum: “Ach, stel je niet aan! Je bent toch geen baby?”.

We zeggen niet voor niets dat we niet “behandeld willen worden als een kind”, wanneer we ons niet serieus genomen voelen – en hoe frustrerend is dat? Laten we kinderen dan ook niet als kinderen behandelen, maar als de volwaardige personen die ze zijn. Je krijgt er een volwaardig kind voor terug!

Nina

DELEN
Vorig artikelZen met potloden
Volgend artikelDe dood en een nieuw begin
Nina Bien
Ik ben Nina, moeder van een peuterzoon. Ik ben biologisch psycholoog, gepromoveerd in de cognitieve neurowetenschappen. Ik werk als universitair onderzoeker en docent, en ik ben paardencoach in opleiding. Mijn blogs gaan over de dagelijkse praktijk van het ouderschap, gelinkt aan psychologie en neurowetenschappen.

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here