Dat is een kreet die je veel hoort op internet. Een kreet die dan veelvuldig wordt gedeeld. De kreet van leerkrachten die genoeg hebben van de prestatiecultuur, controle en de gedwongen opvang van kinderen met een rugzakje in een te klein lokaal. De werkdruk die dit oplevert en die je vrije tijd opslokt. Er zijn ook leerkrachten bij die de teloorgang van het onderwijs aan het jonge kind niet langer kunnen velen. Op vele fronten ben ik het eens met hun uitgangspunten, de redenen die ze aangeven waarom ze stoppen, maar toch plaats ik kanttekeningen.


– Waarom schreeuwen ze het zo hoog van de daken? Ze voeren zich op deze manier op als een soort martelaren. En dat maakt me kribbig. Er zijn zo veel beroepen die nogal veeleisend zijn. En die vaak geplaagd worden door absurde regels en richtlijnen. De hele professionele maatschappij is doordesemd van input-output onzin, targets, en opbrengstgericht werken. De beoefenaars van andere beroepen hoor je zelden.
-Het onderwijs is in wezen niet heel erg veranderd, als je het hebt over de hiërarchische structuur. Richtlijnen zijn er altijd geweest. Leraren en onderwijzers hebben zich in het verleden vaak in allerlei bochten moeten wringen om aan die richtlijnen te voldoen. Het onderwijs heeft altijd een zwaar beroep gedaan op je energie, vrije tijd en incasseringsvermogen. Ook toen zijn er leraren gestopt. Ze hadden alleen niet de technische mogelijkheden om het aan de goegemeente bekend te maken.
-Het onderwijs is altijd een roeping geweest. Leraren zitten sinds jaar en dag tot laat te vergaderen, correctiewerk te verrichten. In de idealistische jaren 70 vergaderden leraren tot tien uur ’s avonds om dingen anders aan te pakken. De tijden zijn dramatisch veranderd. De bebaarde, fulltime werkende onderwijsvernieuwer is zo goed als verdwenen. De plekken zijn grotendeels ingenomen door parttime werkende vrouwen met een grote kinderwens, en dan niet alleen de wens van een vol klaslokaal, maar ook de wens van een volle huiskamer. Manlief verdient het hoofdinkomen, en kan vaker niet dan wel de kinderen opvangen als mamma weer eens een vergadering, oudergesprek, of bespreking met een orthopedagoog heeft. De moderne leerkracht weet dat het onderwijs de maatschappij niet zal veranderen, en staat wat meer met beide benen op de grond. De keerzijde is, dat zij/hij minder idealistisch is, dus zich ook minder illusies maakt. Dat maakt het onderwijs droger en schraler, meer als een normale baan.
-Het klagen over methodes en toetsen doet schizofreen aan. Niemand heeft die methodes opgedrongen, die zoeken schoolteams zelf uit. Sliepen ze dan op de margedag, waarin de keuze voor een nieuwe methode werd bepaald? In ieder geval in overdrachtelijke zin. Veel leerkrachten kiezen voor de weg van de minste weerstand. Als ze bij nader inzien ongelukkig zijn met een methode, is er iets misgegaan in het implementatieproces. En dan het geklaag over toetsen. Toetsen zijn onderdeel van het leerlingvolgsysteem. De inspectie is niet verslaafd aan citotoetsen. Het onderwijsveld is er zelf verslaafd aan, vaak zonder het te weten. Cito zet duidelijke richtlijnen neer. Het veld klaagt er over, maar stiekem vinden ze die richtlijnen wel zo concreet.
De introductie van de academische leerkracht is één van de beste beleidsveranderingen geweest. Deze mensen kunnen het verschil maken als het gaat om methodes die aansluiten bij de pedagogische uitgangspunten van de school, het goed neerzetten van een ontwikkelingsgerichte lijn met een door de inspectie geaccepteerd leerlingvolgsysteem. Maar voor een versnipperd baantje in meerdere klassen tegelijk, voor een tweederangs salaris doen deze mensen het niet. En daar heb ik alle begrip voor.

Bart

DELEN
Vorig artikelSlaapfabels
Volgend artikelStof

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here