Omhoog gaat haar hoofdje. Omhoog, verder en verder…

Plof! Daar ligt ze op haar rug.

Ik ben een fractie van een seconde geschrokken, terwijl ik wist wat er aan zou kunnen komen. En dan ben ik blij. Heel erg blij. ‘Goed zo lieve schat!’ roep ik uit en ik kijk even in haar gezichtje of ze er zelf ook zo over denkt.

Zal ik haar terugrollen zodat ze het nog een keer kan oefenen? Nee, dat lijkt me het verkeerde signaal. Heeft ze net al die moeite gedaan, moet ze het nóg een keer doen. Ik besluit haar lekker te laten genieten van haar resultaat. Gezellig een praatje maken, kusjes geven op haar buik. Giecheldegiechel!

Wat wil ik graag dat ze van haar buik op haar rug leert rollen! Nog geen week geleden rolde ze van haar rug op haar zij. Ik was trots, maar zag de bui al hangen. Straks rolt ze door en kan ze niet meer terug. En dan moet mama haar iedere keer komen helpen. En -O schaamschaam!- daar heeft mama niet zo’n zin in.

Die halve uurtjes dat Ukkepuk zichzelf vermaakt in de box zijn hartstikke kostbaar. Slapen doet ze nog altijd op schoot of in de doek en dat beperkt mijn mogelijkheden. Het huis moet toch een keer gestofzuigd, de kolfset gesteriliseerd en het eten gekookt. Dankzij de box is het huis nog leefbaar en hoeft er niet vaker dan eens per week pizza besteld te worden.

Vol verwachting leg ik Ukkepuk de volgende ochtend weer naast me op haar buik. Protest. Haar hoofd gaat wel omhoog, maar niet genoeg. En ik weet: het is aan haar. Ik kan wel willen dat zij iets leert en ik kan er vol lof op reageren als het lukt, maar misschien moet ik dat helemaal niet doen. Ik wil geen kind dat dingen doet vanwege de beloning. Ik wil geen kind dat denkt dat ik van haar houd als ze zich zus of zo gedraagt, dit of dat presteert. Ik wil dat ze weet dat het gewoon goed is. Dat ze mag zijn wie ze is, dat ze haar wereld mag verkennen op haar tempo. En -Ai helaas!- dat ze mag mekkeren als ze in de box op haar buik terecht is gekomen zodat mama haar natúúrlijk komt helpen.

Er komen nog jaren en jaren van kleine, suffe probleempjes aan. Dingen waar ik niet op zit te wachten. Maar als ze hulp wil, dan krijgt ze die. Want ooit als ze groot is, en ze grotere problemen tegenkomt, wil ik dat ze weet waar ze heen kan. Dat er geen twijfel is dat ze op me kan bouwen. Het is fijn dat ik nu nog met zulke simpele dingen mag oefenen.

Daphne

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here