Het ultieme eufemisme voor ‘doubleren’ is wel ‘verlengen’. Als een goed boek dat je nog niet uit hebt. “Uw kind is nogal speels,” heet het dan. Maar lieve juf, vierjarigen leren door te spelen. Het is net alsof je tegen een bouwvakker zegt dat hij nogal veel lawaai maakt.

“Uw kind is dus nogal speels. Daarom moet uw kind verlengen. Dan kan het nog spelen.”
Maar wacht even. Als spelen het probleem is, waarom moet het kind er dan mee doorgaan?
En als het kind in de verlenging nog steeds speelt, hebben we het niet over een verlenging, maar over een doublure. Of inderdaad over een verlenging, maar dan van een saaie voetbalwedstrijd die geen duidelijke uitslag bood.
En wat voor rol neemt spelen dan in binnen uw school, lieve juf? Mijn spelen is doubleren, mijn doubleren is spelen, dus waarom zal mij dan het doubleren vervelen?
Doubleren. Het is een raadselachtig woord. Er zit ‘leren’ in, en het Franse ‘double’. Dubbel leren. Nog een keer hetzelfde leren? Of hetzelfde leren op verschillende manieren? Heel waarschijnlijk zijn veel juffen van nu bang voor spelende kinderen. Want als speels zijn, leren ze dan wel het woord ‘stoeprand’? Of dat ‘ik voetbal met mijn vriendje’ uit vijf woorden bestaat? Als de kinderen dat niet leren, krijgt de juf de intern begeleider (m/v) op bezoek. Die op zijn/haar beurt de hete adem van de inspectie voelt. Vooral bij scholen in het ‘risicogebied’ hanteert de inspectie regelmatig de muisklik om de resultaten van de school te controleren.

Juffen, wees toch niet bang voor spelende kinderen. Sluit je erbij aan. Ga niet heel ingewikkelde vouwwerkjes doen, omdat ze zo leuk ogen voor de ouders. Je kunt er niet bij weg. Ga spelen met die speelse kinderen. Dat is de charme van je vak. Luister wat ze zeggen, ga erop in. En dan merk je vanzelf dat spelen echt leren is. En wat het mooie is: je leerlingen merken dit ook.

Bart.