Een tijdje geleden verscheen er van de hand van een Amerikaanse dame een opvoedboek. De boodschap was helder en simpel: we moesten opvoeden zoals de Fransen. Dan zou het goed komen met onze dreinende kinderen die niets lusten, verslaafd zijn aan snoep en fastfood, ongeduldig zijn, en meer van die ellendigheden. Ik vroeg mij af of deze mevrouw empirisch onderzoek heeft gedaan naar dé Franse opvoeding. Heeft ze een onderzoeksgroep gehad en een controlegroep? Heeft ze de opvoeding in de Limousin vergeleken met die van Île de France? Heeft ze de opvoeding in rijke Franse gezinnen vergeleken met die van arme Franse gezinnen? Hoe definieert ze streng en soepel? En hoe verklaart ze dat er in Frankrijk buitensporig veel homo’s en feministes in elkaar worden geslagen in vergelijking met andere westerse landen? Een onwetenschappelijk werkje, niets van aantrekken, dus.

Onze Nederlandse zelfhaat bereikt altijd een hoogtepunt op vakantie. We schamen ons voor gedrag dat we beschouwen als typisch Nederlands: voordringen, luidruchtigheid, onvolwassenheid, smakeloosheid, milieu onvriendelijkheid kortom: onwellevendheid op alle fronten.

Troost u echter. Wij zijn niet zo erg. Of tenminste niet erger dan Engelsen, Fransen of Duitsers. Zo waren we getuige van het reilen en zeilen van een alleenstaande vrouw met een drie weken oude baby en twee puberjongens op het Duitse naturistische terrein waar we stonden. Nederlandse pubers op een naturistisch terrein trekken hooguit hun kleren uit bij het zwembad. Deze pubers haalden zelfs hun neus op bij het zwembad op het terrein, en zo zeulde hun moeder achter ze aan naar het naast het terrein gelegen kanaal, baby in de wagen, twee honden aan de lijn, tas over haar schouder. Haar jongens droegen hun eigen handdoeken. Over tien jaar zijn ze rijp voor de Duitse versie van “De allerslechtste echtgenoot”.

De Nederlandse supermarkten zijn een toonbeeld van goede smaak en gastronomische fijngevoeligheid vergeleken met de Duitse, volgestouwd met wanden vol speelgoed-eten, te zout of te zoet.
Maar de Duitse horeca blijft ongeëvenaard. Een kelnerin is daar een kelnerin, en geen meisje dat eigenlijk toneelspeelster is, of deejay.