Wij ‘doen aan babygebaren’. Sommige mensen vinden dat reuzeleuk, anderen vinden het helemaal niks. Om heel eerlijk te zijn: We doen maar wat hoor. Het begon toen ik het boekje “Babytaal” van Linda Acredolo en Susan Goodwin kreeg. Daarin wordt heel simpel uitgelegd hoe babygebaren werken. Eigenlijk doet iedereen aan babygebaren, want elke baby of dreumes leert op een gegeven moment te zwaaien. En alle ouders zijn trots als hun kind zwaait. Dus waarom zou je daar niet op voortborduren? Waarom zou je je kind niet nog meer gebaren leren die handig of gewoon leuk zijn?

Later leerde ik dat er ook hele uitgebreide programma’s voor zijn ontwikkeld, waarvan “Kindergebaren met Lotte en Max” de bekendste is. Ik heb er nog wel eens wat over gelezen en filmpjes van bekeken op Youtube. Maar wij waren al zo lekker bezig op onze manier, dat ik me er niet zo heel erg meer in heb verdiept. Zoals ik al schreef, wij doen maar wat. Het uiteindelijke doel van babygebaren is communicatie met je kind. En zolang dat nog niet met woorden lukt, werken gebaren ook. Hoe je dat doet, oftewel met welke gebaren en met hoeveel gebaren, dat bepalen we zelf. Onze oudste kon voor hij kon praten met een simpel gebaar aangeven dat hij wilde drinken of eten, of hij meer wilde of genoeg had. We merkten dat dit een hoop frustratie wegnam toen hij dit eenmaal kon aangeven. Hij kon tal van dieren ‘benoemen’ door een gebaar of een bepaald geluidje te maken, voordat hij de naam van het dier kon noemen. Naast een heleboel huis- tuin- en keuken boerderij-dieren zaten bij 18 maanden vogelsook de schildpad en het nijlpaard in zijn ‘vocabulaire’. En dat was ontzettend leuk.

Ook nu zijn we van plan onze jongste (net 1) gebaren te leren. We doen dit door tijdens het praten zelf af en toe een gebaar te gebruiken. We beginnen met niet teveel verschillende gebaren tegelijk. Langzaamaan neemt hij dit over. Wat voorbeeldjes:
We zitten aan het ontbijt. Onze eettafel staat bij het raam en dreumes heeft het beste uitzicht. Opeens begint hij enthousiast te wapperen met z’n armen. Hij heeft twee dikke duiven gezien die in onze tuin vliegen.
Boven zijn bedje hangt een mobile met vogeltjes. Ook als hij deze ziet, begint hij te wapperen met z’n armen.
Op de deur van zijn broer zit een naambordje met vissen er op. Als hij deze ziet, opent en sluit hij zijn mond net als een vis dat doet. Zijn manier om te zeggen “Kijk, een vis!”
Concrete dingen zijn makkelijker dan abstracte dingen. Het is leuk om met zoiets concreets als ‘vogel’ en ‘vis’ te beginnen. Soms maakt hij ook al het gebaar van ‘klaar’, als hij genoeg gegeten heeft.

“Maar zitten gebaren de spraakontwikkeling niet in de weg?” vragen sommige mensen zich af. Elk kind ontwikkelt zich natuurlijk in zijn eigen tempo. Sommige kinderen laten met 8 maanden al hun eerste woordje horen en sommigen doen dit pas met 18 maanden. Met het aanleren van gebaren kun je al vanaf een maand of 9 beginnen, dus in veel gevallen heb je dan al een voorsprong.
Zie het zoals kruipen staat tot lopen. Als een kindje eenmaal heeft leren lopen, zal hij niet veel meer kruipen, omdat lopen een veel grotere vrijheid biedt. Zo geeft gesproken taal veel meer mogelijkheden dan gebarentaal. Uit langlopend onderzoek blijkt dat het gebruik van babygebaren de ontwikkeling van zowel taalvaardigheid als begripsvermogen bevordert.
Maar weet je, het is vooral heel erg leuk als je kleine dreumes je kan ‘vertellen’ dat hij een paard ziet. Want dat dier kent hij ook al!

Corine

1 REACTIE

  1. Hoi Corine,
    Wij hebben onze dochter ook gebaren geleerd. Nu is ze 4 en actief bezig om haar broertje van bijna 1 ook gebarentaal te leren. Het scheelde mijn dochter destijds een hoop frustratie heb ik gemerkt. en nu gaan we onze tweede ook gebarentaal leren zodat hij kan “vertellen” wat er in hem leeft.

Laat een reactie achter op Danielle m Annuleer reactie

Please enter your comment!
Please enter your name here