Warme chocolademelk. Ik ben net door de plenzende regen teruggefietst van de gastouder. Volgens de buienradar had wachten niet veel zin en ik moet aan het werk. Ik was al wat langer blijven hangen om even wat uit te praten en bij te komen van de schrik.

Ukkepuk sliep bijna toen ik daar aankwam. Daarom heb ik haar maar meteen in bed gelegd. Terug beneden geef ik nog even het flesje moedermelk af en geniet van de vrolijke bende van de andere gastkindjes. Over de babyfoon geen kik. Toch wil ik het even checken. En shiiiit!! Op de trap hoor ik haar al huilen.

Ik pak haar meteen en met een minuutje is ze weer rustig. Even drinken. Boertje. Nog even wat drinken. Zuchtje. Met zo’n zuchtje weet ik dat de laatste stress weer uit dat kleine lijfje is. En kan ik zelf ook weer ontspannen. Ik probeer nog even of ze alsnog met een laatste slokje in slaap gevoed wil worden, maar nee. We gaan samen naar beneden.

De gastouder is verbaasd dat we het niet gehoord hebben over de babyfoon. Andere keren hoorde zij het echt wel. Ja, als ze echt helemaal over de zeik is kan ze harder huilen. Maar nu was het matras al nat van de traantjes.

En dan overvalt het me: dat hartverscheurende gevoel dat zoveel ouders hebben als ze hun kind ergens moeten achterlaten omdat ze aan het werk gaan. Ik wil niet dat ze denkt dat haar moeder haar in de steek laat. Ik dacht die pijn te omzeilen door de best mogelijke gastouder te vinden, met geweldige gastzusjes en –broertje. Iemand met wie je serieus kunt praten over natuurlijk ouderschap en persoonlijke groei. Iemand met echte empathie voor de kinderen.

“Vind je het moeilijk?” vraagt ze. Ik begin te snikken. “Ik ben er niet altijd voor haar. En dan is het belangrijk dat ze wel gehoord wordt als ze huilt, dat iemand haar opvangt.” De gastouder vertelt me eerlijk dat ze niet altijd meteen kan reageren als Ukkepuk huilt. Soms is ze net bezig met de luier van een van de andere kindjes, of is er iets anders… Ze moeten toch de aandacht delen en dat is voor iedereen moeilijk. Ik begrijp het. Het is de realiteit, maar het doet pijn. Ukkepuk is nog zo klein. Haar kun je zoiets niet uitleggen.

En dan komen de andere kindjes naar mij en Ukkepuk toe. Ze beginnen haar te aaien en knuffelen. “Ik vind Ukkepuk lief!” roept de één. “Ik ook!” roept de ander. “Ukkepuk vindt jullie ook lief,” zeg ik. En dat is ook zo. Ze kijkt naar hen met enige verwondering en veel enthousiasme. Ukkepuk gaat de schommelwieg in en de kinderen mogen haar zachtjes wiegen. “Baaaaaahh!” zegt Ukkepuk. De kinderen vinden het prachtig en ik ook.

Ik trek mijn regenjas aan. Ik zou nog uren kunnen blijven om mezelf gerust te stellen. Om te zien dat ze echt goed zit. Maar ik moet aan het werk.  Ik stap op de fiets. Straks kan ik haar weer halen.

 

Daphne Dertien

LAAT EEN REACTIE ACHTER

Please enter your comment!
Please enter your name here